Bedreiging Hertenkamp Noordhorn (verslag rechtszaak)

Actueel Ingezonden

Zuidhorn.nu – Vandaag vond, na eerder uitstel omdat de verdachten (nog) geen advocaat hadden, de openbare zitting plaats van de meervoudige kamer in Groningen in verband met de bedreiging en beschieting, in maart 2012, van een aantal jonge tieners in Noordhorn door de twee broers Z. uit Buitenpost.

Bedreiging met (gas)pistool in NoordhornDe broers waren op 9 maart 2012 naar Noordhorn getogen, gewapend met een geladen (gas)pistool en een mes, om één van de kinderen ‘eens te laten schrikken’ dan wel ‘af te schrikken’ in verband met het feit dat hun jongere zusje door deze jongen zou worden gepest op school. Volgens de verdachten zelf waren ze van plan om ‘een gesprek te voeren’ met de jongen over zijn geruzie en/of pesterij richting hun jongere zusje. Het (gas)pistool namen ze mee, volgens hun eigen woorden, “als een stok achter de deur”. Aangezien de kinderen volgens de verdachten niet onder de indruk waren van het ‘gesprek’ en zij in hun ogen niet serieus werden genomen, besloten ze vervolgens de kinderen te bedreigen met het op een echt wapen gelijkend (gas)pistool.

De officier van Justitie was van mening dat er sprake was van een situatie waarbij een bedreiging met de dood van de kinderen had plaatsgevonden. Opgemerkt werd dat door de jongens hun daad een groot aantal onschuldige tieners het slachtoffer waren geworden.

De jonge mannen gaven toe dat ze inderdaad de kinderen bedreigd hebben en dat de bij hen thuis door de politie aangetroffen “grote voorraad professioneel vuurwerk en andere wapens in de woning” ook van hen waren. Bij de jongens werden naast het betreffende (gas)alarmpistool ook (andere) wapens van de categorie 2 en 3, munitie en vuurwerk in beslag genomen. Het in beslag genomen vuurwerk werd, mede vanwege de hoeveelheid, als ‘zeer gevaarlijk’ bestempeld en opgemerkt werd dat een dergelijke hoeveelheid niet in een woning mocht worden opgeslagen.

Aan een onderzoek van de reclassering wilden de verdachten geen medewerking verlenen. De jongens hadden géén medewerking verleend aan onderzoek van de reclassering “omdat vader dat verbood” en hen kennelijk niet duidelijk was “waar dat goed voor was”. Ook was er van hun zijde geen woord van spijt jegens de slachtoffers. Toen één van de rechters vroeg waarom dat niet gebeurd was, reageerden ze dat ze ‘achteraf gezien’ het inderdaad ‘spijtig’ vonden dat alles zo gelopen was.

Eis van de officier
De Officier van Justitie eiste een werkstraf, vier maand voorwaardelijke gevangenisstraf en tevens een schadevergoeding voor één van de bedreigde slachtoffers wegens de geleden immateriële schade.

Uitspraak over 14 dagen.

[update]

De uitspraak (op 28-09-2013) was grotendeels conform de eis van de OvJ.